zondag 21 februari 2010

Zaterdag 12-12-2009


Het was een hele drukke dag vandaag. Veel afspraken gehad, helaas vielen er wel weer veel uit. Wat ik echt merk hier in Nickerie is dat er duidelijk minder afwisselends gebeurd dan in de stad. Als wij mensen aan het contacteren zijn is het zelden dat zij niet al eens met de zendelingen gesproken hebben en verder is het redelijk compact hier.
Ik moet natuurlijk nog even wennen aan de nieuwe situatie hier. Iedereen die hier is geweest zegt dat dit veruit het beste/leukste gebied van hun zending is geweest. Ik kan wel zien waarom, het is hier prachtig en de mensen zijn veel minder lastig dan in de stad. Toch is een nadeel dat wij ver van de andere elders af zitten en hen bijna nooit zien.

Wij hebben veel interessante en goede mensen waarmee wij werken. Andrew is een pas gedoopt lid. Hij is 19 jaar oud en komt uit Guyana en heeft Indiaans bloed. Zijn zusje, Andrea en zijn moeder, Amanda, luisteren ook altijd mee en komen altijd mee naar de kerk. Andrea is 16 jaar oud maar mocht niet gedoopt worden van haar vader. Nu is dat een beetje aan het veranderen omdat hun vader de invloed van het evangelie op Andrew ziet en er echt van onder de indruk is. Hopelijk zal hij binnenkort eens naar ons luisteren. Het zou veel voor hun gezin kunnen betekenen want nu is hij het werk altijd dronken. Amanda is een volbloed Indiaanse vrouw, dat is echt cool. Zij mist beide benen van onder de knie maar weet zich alsnog razend snel voort te bewegen. Amerindians onderwijzen is echt gaaf. Dankzij het Boek van Mormon, wat van 600 voor Christus to 400 na Christus door profeten op het Amerikaanse vasteland is geschreven, kunnen zij precies weten waar hun voorouders vandaan kwamen, en hoe gelovig die ooit waren. Een Algemene Autoriteit heeft ooit eens gezegd: “Indians do not have to be taught the foundations of the gospel, they just have to be reminded!”. In het Boek van Mormon, 2 Nephi 30:3-6 profeteert Nephi over deze dagen en hij spreekt specifiek over het Boek van Mormon en de Indianen/Lamanieten.

“Welnu , ik wil nog iets meer profeteren over de Joden en de andere volken. Want wanneer het boek waarover ik gesproken heb, tevoorschijn is gekomen en is geschreven voor de andere volken en wederom in de hoede des Heren verzegeld, zullen er velen zijn die de geschreven woorden geloven; en zij zullen ze tot het overblijfsel van ons nageslacht brengen.

En dan zal het overblijfsel van ons nageslacht kennis van ons hebben, hoe wij uit Jeruzalem zijn gekomen, en dat zij afstammelingen der Joden zijn.

En het evangelie van Jezus Christus zal onder hen verkondigd worden; aldus zullen zij worden teruggebracht tot de kennis van hun vaderen, alsook tot de kennis van Jezus Christus, waarover hun vaderen beschikten.

En dan zullen zij zich verheugen; want zij zullen weten dat het voor hen een zegen uit de hand van God is; en de schellen van duisternis zullen hun van de ogen beginnen te vallen; en er zullen niet vele geslachten onder hen voorbij gaan vooraleer zij een rein en aangenaam volk zijn.”

Hoe dankbaar ben ik wel niet dat ik een onderdeel ben dan die “andere volken” die het nageslacht van Lehi die kennis van hun afkomst kan geven. Dat ik een kleine rol speel in deze prachtige voorspelling van een profeet 600 jaar voor Christus. Het is geweldig om te zien hoe die belofte in vers 6 direct van toepassing is op diegenen die lusiteren en zich laten dopen en geloven in Christus.